ECLI:NL:RBDHA:2025:4065
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf bij meerderjarige zoon wegens ontbreken beschermwaardig familieleven
Eiseres, Iraanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar meerderjarige Nederlandse zoon te verblijven. De minister wees de aanvraag af omdat er geen sprake was van beschermwaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank toetste het beroep en concludeerde dat verweerder terecht oordeelde dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat tussen eiseres en haar zoon, mede vanwege de lange periode van 28 jaar gescheiden wonen en het ontbreken van financiële en medische afhankelijkheid.
Ook werd geoordeeld dat de banden tussen eiseres en haar kleinkind niet hecht genoeg zijn om van beschermwaardig familie- of gezinsleven te spreken. De rechtbank vond dat verweerder alle relevante individuele omstandigheden heeft meegewogen en dat de weging van deze elementen terughoudend moet worden getoetst.
De rechtbank wees het beroep af en verklaarde het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, omdat er geen connexiteit meer was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag mvv wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van beschermwaardig familieleven.