ECLI:NL:RBDHA:2025:4121
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag (zaaknummer NL25.2070) en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft de zaak zonder zitting behandeld.
Op de dag van de uitspraak van de voorlopige voorziening heeft de rechtbank ook uitspraak gedaan op het hoofdberoep. Hierdoor is de voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank al uitspraak heeft gedaan op het hoofdberoep.