ECLI:NL:RBDHA:2025:4134
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen besluit overdracht asielaanvraag aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder dat eiser of zijn gemachtigde aanwezig waren, waarna zij het beroep ongegrond verklaarde.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht is uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland en dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is genomen. Hoewel het voornemen van de minister enigszins algemeen was geformuleerd, bevatte het voldoende redenen die in het uiteindelijke besluit concreet zijn uitgewerkt.
Eiser stelde dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden vanwege persoonlijke problemen in Duitsland. De rechtbank vindt dat de minister deze omstandigheden heeft meegewogen en terecht heeft geconcludeerd dat deze niet zwaarwegend genoeg zijn om de overdracht te weigeren.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld, waardoor overdracht aan Duitsland mogelijk is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard en overdracht aan Duitsland is bevestigd.