ECLI:NL:RBDHA:2025:4169
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit met onthouden vertrektermijn en inreisverbod
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit waarbij een vertrektermijn werd onthouden en een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd. Hij stelde dat hij rechtmatig verblijf had in Spanje en dat het inreisverbod onterecht was, omdat hij niet herhaaldelijk of opzettelijk illegaal verbleef.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse autoriteiten contact hadden opgenomen met de Spaanse autoriteiten, die bevestigden dat eiser geen rechtmatig verblijf had. De door eiser overgelegde documenten waren onvertaald en onvoldoende om een geldige verblijfsvergunning aan te tonen. Verweerder mocht daarom het terugkeerbesluit uitvaardigen.
Daarnaast was het onthouden van de vertrektermijn gerechtvaardigd vanwege het risico op onttrekking aan toezicht. Het inreisverbod werd conform het beleid voor de maximale duur van twee jaar opgelegd. De rechtbank vond het beleid niet onredelijk en concludeerde dat eiser geen feiten had gesteld die tot een ander oordeel leidden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit met onthouden vertrektermijn en inreisverbod van twee jaar wordt ongegrond verklaard.