ECLI:NL:RBDHA:2025:417

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 januari 2025
Publicatiedatum
14 januari 2025
Zaaknummer
NL24.47352
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning na vertrek asielzoeker met onbekende bestemming

De eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublin-verordening. De eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.

Tijdens de zitting op 14 januari 2025 was de gemachtigde van de minister aanwezig, maar de gemachtigde van eiser verscheen niet. De rechtbank heeft vastgesteld dat de eiser op 27 december 2024 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Dit leidde tot twijfel over het voortbestaan van het procesbelang.

De rechtbank baseert zich op vaste rechtspraak dat een asielzoeker die zonder mededeling vertrekt en geen contact onderhoudt, geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Omdat eiser de opvang heeft verlaten en geen contact meer heeft met zijn gemachtigde, concludeert de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat het beroep is beslecht.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan door voorzieningenrechter H. Hanssen - Telman en griffier P.C.J. Lindeijer op 14 januari 2025.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.47352 en NL24.47353
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam] , V-nummer: [nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. H.J. Janse)
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).

Inleiding

Bij besluit van 27 november 2024 heeft de minister aangegeven de aanvraag van eiser, tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, niet in behandeling te nemen omdat Bondsrepubliek Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek om een voorlopige voorziening op
14 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. De gemachtigde van eiser is met kennisgeving niet verschenen.
Met inachtneming van artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering:
2. De minister heeft de rechtbank op 3 januari 2025 bericht dat eiser op 27 december 2024 met onbekende bestemming is vertrokken. De minister heeft zich daarbij gebaseerd op informatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
3. De vraag is of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep.
4. De gemachtigde van eiser heeft op 13 januari 2015 aan de rechtbank laten weten dat hij geen contact meer heeft met eiser en niet weet waar hij verblijft.
5. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [1] volgt dat wanneer een vreemdeling die een asielaanvraag heeft ingediend met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, er in principe vanuit kan worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem in eerste instantie gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als een vreemdeling nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.
6. In dit geval heeft eiser de opvang verlaten, hij heeft de minister en zijn gemachtigde niet op de hoogte gesteld van zijn verblijfsplaats en hij heeft ook geen contact meer met zijn gemachtigde. Dit maakt dat de rechtbank ervan uitgaat dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Er is de rechtbank verder ook niet gebleken van concrete aanknopingspunten om hiervan van af te wijken. Daarom is er geen belang meer bij een inhoudelijk behandeling van het beroep.
7. Het beroep is niet-ontvankelijk.
8. Aangezien op het beroep is beslist, is een voorlopige voorziening niet meer nodig. De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2025 door mr.
H. Hanssen - Telman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld, voor zover het de hoofdzaak betreft, bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 30 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3988.