ECLI:NL:RBDHA:2025:417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning na vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
De eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublin-verordening. De eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 14 januari 2025 was de gemachtigde van de minister aanwezig, maar de gemachtigde van eiser verscheen niet. De rechtbank heeft vastgesteld dat de eiser op 27 december 2024 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Dit leidde tot twijfel over het voortbestaan van het procesbelang.
De rechtbank baseert zich op vaste rechtspraak dat een asielzoeker die zonder mededeling vertrekt en geen contact onderhoudt, geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Omdat eiser de opvang heeft verlaten en geen contact meer heeft met zijn gemachtigde, concludeert de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat het beroep is beslecht.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan door voorzieningenrechter H. Hanssen - Telman en griffier P.C.J. Lindeijer op 14 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.