ECLI:NL:RBDHA:2025:4238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid Pakistaanse nationaliteit en toetsing aan Zuid-Afrika
Eiser, die stelt Pakistaanse nationaliteit te hebben en zich te hebben bekeerd tot het sjiisme, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van de identiteit en nationaliteit van eiser, mede omdat eiser ook een authentiek Zuid-Afrikaans paspoort bezit. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat het Zuid-Afrikaanse paspoort frauduleus is verkregen, ondanks dat hij een Pakistaanse identiteitskaart overlegt.
De rechtbank volgt verweerder in de beoordeling dat de asielaanvraag terecht aan Zuid-Afrika is getoetst, aangezien eiser niet alle redelijke inspanningen heeft geleverd om een verklaring van de Zuid-Afrikaanse autoriteiten te verkrijgen. Hierdoor is het tweede en derde asielmotief niet inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank concludeert dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico op ernstige schade bij terugkeer naar Zuid-Afrika heeft aangetoond en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.