Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Na een eerdere uitspraak waarbij het beroep van verzoeker ongegrond werd verklaard, deed verzoeker verzet en vroeg hij om een voorlopige voorziening om de behandeling van het verzet in Nederland af te wachten.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker spoedeisend belang had vanwege zijn geplande overdracht aan Kroatië. Verzoeker stelde dat zijn medische situatie, waaronder PTSS-klachten door eerdere mishandeling en pushbacks, een overdracht onverantwoord maakt. Hij overhandigde een brief van een psycholoog en stelde dat de minister onvoldoende medisch advies had ingewonnen.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de medische informatie onvoldoende was om twijfel te doen ontstaan over het eerdere oordeel dat het beroep ongegrond was. Er was geen actuele medische beoordeling van de risico's en de aangevoerde verzetsgronden boden geen reden om het kennelijke oordeel van de rechtbank te betwijfelen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om de behandeling van het verzet in Nederland af te wachten is afgewezen.