ECLI:NL:RBDHA:2025:4350
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 13 januari 2025 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van het verzoek. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 12 maart 2025 behandeld. Verzoekster was daarbij aanwezig met haar gemachtigde en een tolk. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat vanwege de gelijktijdige uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.1853) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.