Eiseres, afkomstig uit Egypte, verzocht om uitstel van vertrek op medische gronden vanwege ernstige aandoeningen waaronder nierfalen, hoge bloeddruk, hartschade en blindheid. De minister wees dit verzoek af op basis van BMA-adviezen die stelden dat de benodigde medische behandeling en medicatie in Egypte beschikbaar zijn.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de behandeling voor haar niet toegankelijk is. Hoewel zij betoogde dat medicatie niet beschikbaar is en zij geen verzekering of steun kan krijgen, kon de minister aannemelijk maken dat medicatie bij Seif Chain Pharmacies verkrijgbaar is en dat eiseres mogelijk hulp van familie kan krijgen.
Er werd vastgesteld dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevatte omdat niet expliciet was opgenomen dat uitzetting alleen plaatsvindt als aan reisvoorwaarden wordt voldaan. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat de minister dit uitgangspunt elders heeft bevestigd.
De rechtbank constateerde een overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar- en beroepsfase en veroordeelde de minister tot een schadevergoeding van €500,-. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van de minister bleef in stand.