ECLI:NL:RBDHA:2025:4469
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na MOB-melding in asielprocedure
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat zij geen zitting nodig achtte en het onderzoek zonder zitting heeft gesloten. De minister heeft de rechtbank geïnformeerd dat eiser op 19 februari 2025 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers als met onbekende bestemming vertrokken (MOB) is geregistreerd. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer met eiser te hebben en niet te weten waar eiser verblijft.
De rechtbank overweegt dat het ontbreken van contact en de MOB-melding erop duiden dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland, waardoor hij geen procesbelang meer heeft bij het beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en behandelt de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na een MOB-melding en het wegvallen van contact met de gemachtigde.