ECLI:NL:RBDHA:2025:4475
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft op 30 oktober 2024 een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland verzocht Kroatië om terugname, waarop Kroatië akkoord ging.
Eiser voerde aan dat hij in Kroatië ernstig was mishandeld en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing zou zijn vanwege persoonlijke omstandigheden. De rechtbank oordeelde echter dat eiser zijn beweringen onvoldoende aannemelijk had gemaakt en dat er geen sprake was van structurele tekortkomingen in de Kroatische asielprocedure.
De rechtbank verwierp ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening over onevenredige hardheid, omdat eiser geen bijzondere, individuele omstandigheden had onderbouwd die een overdracht aan Kroatië zouden verhinderen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.