ECLI:NL:RBDHA:2025:4521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling wegens ontbrekend formulier
Eiseres is op 14 februari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 18 maart 2025.
De rechtbank constateerde dat het formulier dat volgens artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000 vereist is bij oplegging van de maatregel ontbrak in het dossier. Verweerder stelde dat het formulier in de Kurmanji taal aan eiseres was uitgereikt, maar dit kon niet worden geverifieerd. Dit vormde een formeel gebrek bij de oplegging van de maatregel.
Na belangenafweging oordeelde de rechtbank dat dit gebrek de vrijheidsontneming onrechtmatig maakte, mede gelet op een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak die een termijn had gesteld voor naleving van artikel 5.3. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval opheffing van de maatregel per 19 maart 2025 en kende een schadevergoeding toe van €3.400 voor 34 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten van eiseres aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en een schadevergoeding van €3.400 wordt toegekend.