ECLI:NL:RBDHA:2025:4535
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag na herstel motiveringsgebrek en in stand laten rechtsgevolgen
Eiseres diende op 3 juni 2024 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in, welke door de minister op 1 juli 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep en constateerde in een tussenuitspraak een motiveringsgebrek bij de minister, die daarop een aanvullende motivering gaf.
De rechtbank oordeelde dat de minister in de aanvullende motivering de aanval van eiseres geloofwaardig achtte, maar stelde dat eiseres onvoldoende gebruik had gemaakt van beschermingsmogelijkheden in Colombia. Eiseres voerde aan dat de aanvullende motivering een nieuw besluit vormde en dat bescherming vragen in Colombia zinloos of gevaarlijk zou zijn, wat de rechtbank verwierp.
De rechtbank bevestigde dat de aanvullende motivering geen nieuw besluit is, maar een herstel van het motiveringsgebrek. De afwijzing als kennelijk ongegrond bleef van toepassing, ondanks de geloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand en veroordeelde de minister in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.