ECLI:NL:RVS:2024:2331
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt geen verblijfsvergunning asiel ondanks geweld en discriminatie in Colombia
De vreemdeling, een trans vrouw uit Colombia, diende op 24 juli 2019 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris wees deze aanvraag af op grond van de algemene veiligheidssituatie voor trans vrouwen in Colombia en het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling stelde hoger beroep in. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd had ingegaan op de door de vreemdeling overgelegde landeninformatie over de situatie van trans vrouwen in Colombia, en vernietigde de uitspraak en het besluit van de staatssecretaris.
Uit de landeninformatie blijkt dat Colombia een progressief wettelijk kader kent voor LHBTI-rechten, maar dat trans vrouwen ondanks wettelijke bescherming nog steeds geconfronteerd worden met geweld, discriminatie en belemmeringen bij het verkrijgen van effectieve bescherming. De Raad concludeerde dat de situatie niet zodanig is dat er sprake is van systematische vervolging, en dat van de vreemdeling verwacht mag worden dat zij een beroep doet op de bestaande beschermingsmechanismen.
De individuele omstandigheden van de vreemdeling, waaronder haar hormoonbehandeling en eerdere ervaringen, maken niet aannemelijk dat zij een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade. Ook is het niet onredelijk dat zij haar asielaanvraag niet direct bij aankomst heeft gedaan. Het besluit van 22 juni 2021 wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.