ECLI:NL:RBDHA:2025:4644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin haar bezwaarschrift niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. De rechtbank stelt vast dat het primaire besluit op 29 januari 2024 is verzonden, waardoor de bezwaartermijn van vier weken is gaan lopen. Het bezwaarschrift is echter pas een week na het verstrijken van deze termijn ontvangen.
De rechtbank beoordeelt of deze termijnoverschrijding verschoonbaar is. Ondanks de persoonlijke omstandigheden van eiseres, waaronder haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal en stressvolle situatie, acht de rechtbank dit onvoldoende om de overschrijding niet aan haar toe te rekenen. Er is geen sprake van onduidelijkheid in het besluit en eiseres had de mogelijkheid om juridische hulp in te schakelen. De termijnoverschrijding is bovendien niet gering.
Verder oordeelt de rechtbank dat de minister geen hoorplicht had omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend zonder verschoonbare termijnoverschrijding.