Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 6 januari 2025 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, betoogde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij de uitzetting, mede vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot 15 januari 2025 rechtmatig was en richtte zich op het voortduren van de bewaring daarna. Uit de voortgangsrapportage bleek dat de minister driemaal contact had gezocht met de Marokkaanse autoriteiten en meerdere vertrekgesprekken met eiser had gevoerd, wat voldoende voortvarend handelen impliceert. Het uitblijven van een beslissing op het bezwaar werd niet als een belemmering voor de uitzetting gezien.
De rechtbank zag geen reden om de maatregel onrechtmatig te achten en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.