ECLI:NL:RBDHA:2025:4670
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens niet-ontvankelijkheid beroep
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat België verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Hiertegen is beroep ingesteld. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld, maar omdat op hetzelfde moment het samenhangende beroep niet-ontvankelijk is verklaard, is een voorlopige voorziening niet meer nodig.
Tijdens de procedure is gebleken dat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter heeft daarom op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep niet-ontvankelijk is verklaard.