In deze kortgedingprocedure heeft de kantonrechter bij verstek uitspraak gedaan omdat de gedaagde partij niet is verschenen en niet heeft gereageerd. De eiser vorderde betaling van achterstallig salaris, vakantiegeld, een wettelijke verhoging van 50% over het salaris, wettelijke rente en de verstrekking van deugdelijke salarisspecificaties.
De kantonrechter heeft de vorderingen van de eiser grotendeels toegewezen, met een beperking van de betaling van achterstallig salaris tot een periode van 52 weken zolang de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd. Tevens is bepaald dat de salarisspecificaties binnen vier weken moeten worden verstrekt, onder dreiging van een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €2.500.
De gedaagde is veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €765 en wettelijke rente over de verschuldigde bedragen. De gevorderde eigen bijdrage voor de toevoeging is afgewezen omdat deze onderdeel is van de proceskosten en niet afzonderlijk toewijsbaar is.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen. Dit vonnis is op 23 januari 2025 in het openbaar uitgesproken.