ECLI:NL:RBDHA:2025:4901
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in asielprocedure
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, is in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 22 januari 2025, aangezien eerdere toetsing reeds had plaatsgevonden.
Eiser voerde aan dat de bewaring niet langer gerechtvaardigd was vanwege de maximale duur van drie maanden verlenging en het feit dat zijn asielprocedure pas na juni 2025 behandeld kan worden. De rechtbank constateerde een overschrijding van de uitspraaktermijn, maar oordeelde dat dit de belangen van eiser niet schaadde. Tevens werd vastgesteld dat eiser rechtmatig verblijf heeft zolang zijn beroep loopt, waardoor het zicht op uitzetting geen voorwaarde is voor de bewaring.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurt tot uiterlijk 18 mei 2025 en dat geen reden bestaat deze op te heffen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.