ECLI:NL:RBDHA:2025:4906
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en handhaving tienjarig inreisverbod wegens openbare orde en artikel 8 EVRM
Eiser, een Colombiaanse nationaliteithebbende, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 17 januari 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd een terugkeerbesluit met onmiddellijke vertrektermijn en een inreisverbod van tien jaar opgelegd. Eiser voerde aan dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op vervolging en ernstige schade, en dat het inreisverbod zijn gezinsleven met zijn minderjarige zoon in Spanje schaadt.
De rechtbank overwoog dat het eerdere oordeel van 16 oktober 2024, waarin het bestreden besluit werd vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico op een nieuwe inbreuk op de openbare orde en het inreisverbod, leidde tot een nieuw besluit waarin de minister deze motiveringsgebreken heeft hersteld. De minister stelde dat eiser een actueel, werkelijk en voldoende ernstig gevaar vormt voor de openbare orde vanwege een recent gepleegd opiumdelict, waarbij eiser geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het gevaar voor de openbare orde aannam en dat het belang van de staat zwaarder weegt dan het belang van eiser om contact te onderhouden met zijn zoon, mede omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij langdurig in Spanje verblijft. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de asielaanvraag en het inreisverbod van tien jaar in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het tienjarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard.