ECLI:NL:RBDHA:2025:4959
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 21 maart 2025 het beroep van eiser tegen het besluit van 19 februari 2025 behandeld, waarbij de minister de asielaanvraag van eiser niet in behandeling nam omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening.
De minister had op 7 en 8 januari 2025 claimverzoeken naar Oostenrijk gestuurd, waarbij het tweede verzoek nieuwe informatie bevatte over de illegale registratie van eiser in Griekenland op 8 maart 2023. Oostenrijk accepteerde het tweede verzoek. De rechtbank stelde vast dat eiser procesbelang had ondanks zijn vertrek uit Nederland rond 7 maart 2025.
Eiser voerde aan dat hij het Dublingrondgebied voor meer dan drie maanden had verlaten, waardoor Oostenrijk niet meer verantwoordelijk zou zijn. Hij overhandigde een document waaruit een kort verblijf in Turkije bleek, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet voldeed aan de vereiste periode van drie maanden. Ook nam de rechtbank het standpunt van de minister over dat het claimverzoek voldoende was gemotiveerd en dat de onvolledigheid niet tot vernietiging van het besluit leidde.
De rechtbank verwierp de beroepsgronden en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser aan Oostenrijk mag worden overgedragen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.