Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , geboren op [geboortedatum] 2005, Syrische nationaliteit,
Procesverloop
13 augustus 2024 heeft verweerder een overdrachtsbesluit genomen en deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat verweerder Duitsland verantwoordelijk acht voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag.
Overwegingen
Ook wordt geconcludeerd dat (alleen) de verklaringen over wat u hebt meegemaakt in Duitsland, en over de situatie in Duitsland, niet tot de conclusie zal leiden dat er sprake is van structurele tekortkomingen van de asielprocedure in Duitsland.”. De rechtbank overweegt dat dit een onzorgvuldige voorbereiding van het besluit is, gelet op de verklaringen die eiseres bij de Avim en in het aanmeldgehoor heeft afgelegd over de uithuwelijking per telefoon, het gedwongen vertrek naar Duitsland, de mishandelingen, bedreiging met een mes en verkrachtingen door deze man, de aangifte bij de Duitse politie op aanraden van de Duitse opvangmedewerkers en het vervolgens onder druk weer intrekken van die vergunning, en de omstandigheid dat haar minderjarige broer in Nederland een asielaanvraag heeft ingediend en nog niet is beslist op die aanvraag. Door een “tekstblokken-voornemen” uit te brengen, ontneemt verweerder zich de kans om de benodigde informatie te vergaren om een zorgvuldig voorbereid besluit te nemen en dit besluit ook deugdelijk te motiveren. Voor eiseres betekent dit ook dat het uitbrengen van een zienswijze complexer is als in het geheel niet is ingegaan op het persoonlijke relaas en dus ook niet is gemotiveerd waarom het samenstel van haar persoonlijke omstandigheden niet meebrengt dat de overdracht van onevenredige hardheid getuigt. Dit brengt ook mee dat eiseres eerst in beroep deugdelijk kan opkomen tegen het standpunt van verweerder dat Duitsland verplicht is om de asielaanvraag te behandelen en verweerder de aanvraag niet onverplicht zal behandelen.
16 oktober 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:16732). De rechtbank constateert echter dat verweerder in het besluit ten onrechte heeft overwogen dat de familieband niet nader is onderbouwd. Eiseres heeft namelijk terecht aangegeven dat eiseres haar telefoon heeft afgegeven bij het gehoor door de Avim, zij ook een kopie van haar familieboekje bij het Dublingehoor heeft getoond en verweerder bovendien een kopie van dit familieboekje bij het claimverzoek heeft gevoegd, zoals uit punt 14 van het claimverzoek volgt.