ECLI:NL:RBDHA:2025:4981
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met Somalische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eiser stelde dat het besluit een standaardvoornemen betrof en dat er onvoldoende individuele beoordeling heeft plaatsgevonden, onder meer omdat geen nader medisch onderzoek is gedaan en verweerder artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet toepaste ondanks zijn vrees voor uitzetting naar Somalië.
De rechtbank oordeelt dat het voornemen een voorbereidingshandeling is zonder rechtsgevolg en dat verweerder voldoende op de individuele omstandigheden is ingegaan. Er is geen medische onderbouwing voor een risico op ernstige gezondheidsschade bij overdracht en geen bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 rechtvaardigen Pro.
Daarom is het beroep kennelijk ongegrond en wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.