ECLI:NL:RBDHA:2025:5146
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken familieleven
De vader van eisers heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel verblijf als familie- of gezinslid bij hem. De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat de familierechtelijke relatie niet was aangetoond en er geen sprake was van familieleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Ook de belangenafweging viel negatief uit voor eisers.
Eisers voerden aan dat het niet mogelijk is om via normale kanalen geld naar Somalië over te maken en dat er dagelijks contact is, wat duidt op afhankelijkheid die de gebruikelijke banden overstijgt. De rechtbank oordeelde dat deze stellingen onvoldoende waren onderbouwd. De minister had terecht geoordeeld dat het financieel onderhoud en het dagelijks contact niet voldoende waren aangetoond.
De rechtbank wees ook het verzoek tot verdaging af omdat de gemachtigde voldoende tijd had gehad om de zaak voor te bereiden. De beroepen werden ongegrond verklaard, waardoor eisers geen machtiging tot voorlopig verblijf krijgen en geen proceskostenvergoeding ontvangen.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf worden ongegrond verklaard.