ECLI:NL:RBDHA:2025:5188
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublinprocedure tegen niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 18 maart 2025 behandeld, waarbij verzoekster is verschenen met gemachtigde en tolk.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de hoofdzaak reeds is behandeld en er uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 27 maart 2025 door mr. G.P. Loman en is openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.