ECLI:NL:RBDHA:2025:5188

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 maart 2025
Publicatiedatum
28 maart 2025
Zaaknummer
NL25.10353
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in Dublinprocedure tegen niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.

Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 18 maart 2025 behandeld, waarbij verzoekster is verschenen met gemachtigde en tolk.

De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de hoofdzaak reeds is behandeld en er uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan op 27 maart 2025 door mr. G.P. Loman en is openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.10353
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], V-nummer: [V-nummer] , verzoekster
(gemachtigde: mr. B.A. Palm),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. S. Kowsari).

Procesverloop

Bij besluit van 3 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.10352, op 18 maart 2025 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Madu. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.10352, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
S.N. Lekatompessij, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 maart 2025

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.