ECLI:NL:RBDHA:2025:5191
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure tegen weigering verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat volgens het Dublin-verdrag Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een vergelijkbare zaak op 18 maart 2025 behandeld.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier S.N. Lekatompessij op 27 maart 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het Dublin-besluit is afgewezen.