Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, verbleef ruim vijf maanden in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 24 februari 2025, nadat zij eerder de maatregel tot die datum als rechtmatig had beoordeeld.
Eiser voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde. De rechtbank oordeelde dat er nog steeds zicht op uitzetting naar Marokko bestaat, mede omdat eiser niet volledig meewerkt en de Marokkaanse autoriteiten geen weigering van laissez-passer hebben aangegeven. Verweerder heeft bovendien twee keer gerappelleerd en een vertrekgesprek gevoerd, wat voldoende voortvarend handelen toont.
De belangenafweging leidde niet tot een andere conclusie; er waren geen feiten die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.