Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 4], mede namens de minderjarige
[minderjarige],
Rechtbank Den Haag
Eisers, allen Pakistaanse familieleden van een referent met een verblijfsvergunning asiel in Nederland, vroegen machtigingen tot voorlopig verblijf aan voor gezinshereniging. De minister wees deze aanvragen af op grond van een belangenafweging op basis van artikel 8 EVRM Pro, waarbij het gezinsleven en het economisch belang van Nederland werden betrokken.
De rechtbank oordeelt dat de minister niet alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken, zoals de hulpbehoefte van de referent en diens studie- en werkactiviteiten. Ook is het toetsingskader te streng toegepast door te eisen dat er zeer bijzondere omstandigheden moeten zijn om de belangenafweging in het voordeel van eisers te laten uitvallen.
Daarnaast is het economisch belang onvoldoende gemotiveerd, aangezien niet is meegewogen dat de referent inspanningen verricht om financieel zelfstandig te worden. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de bestreden besluiten en draagt de minister op binnen acht weken nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten en griffierechten aan eisers vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en draagt de minister op binnen acht weken nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.