ECLI:NL:RVS:2024:2449
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf op grond van belangenafweging jongvolwassenenbeleid
De vreemdelingen, Syrische nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging met hun meerderjarige zoon, die sinds 2017 een asielvergunning heeft en zelfstandig functioneert in Nederland. De staatssecretaris wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
De vreemdelingen stelden dat het jongvolwassenenbeleid van toepassing was en dat de staatssecretaris ten onrechte onvoldoende gewicht had toegekend aan hun afhankelijkheid van de zoon en de ernst van de scheiding. De Afdeling oordeelde dat het jongvolwassenenbeleid vier cumulatieve vereisten kent en dat de staatssecretaris een individuele belangenafweging moet maken waarbij ook de zelfstandigheid van het kind en de verstreken tijd sinds de scheiding meewegen.
De Afdeling vond dat de staatssecretaris terecht had meegewogen dat de vreemdelingen en hun zoon al jaren gescheiden leefden, dat de zoon zelfstandig woont, werkt en studeert, en dat de verklaringen over de noodzaak van de ouders onvoldoende zwaarwegend waren. Ook het feit dat het een eerste toelating betrof en het ontbreken van een eigen inkomen bij de zoon rechtvaardigde het afwijzen.
De grief faalde en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvraag en verklaart het hoger beroep ongegrond.