ECLI:NL:RBDHA:2025:550
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van de procedure 'verblijf en toegang' op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank had eerder op 19 maart 2024 een termijn gesteld waarbinnen de minister een besluit moest nemen en een dwangsom opgelegd.
Ondanks deze uitspraak heeft de minister nog steeds geen besluit genomen, waardoor eisers opnieuw beroep hebben ingesteld. De rechtbank stelt vast dat de rechterlijke dwangsom is volgelopen en dat het beroep ontvankelijk en gegrond is.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een verhoogde dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 15.000. Tevens worden de proceskosten van eisers toegewezen.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toe vanwege betalingsonmacht. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 453,50, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht met een lichte wegingsfactor.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.