ECLI:NL:RBDHA:2025:5544
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiseres, met minderjarige kinderen, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Tsjechië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiseres voerde aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig was, mede vanwege het gebruik van een standaardvoornemen en onvoldoende motivering van de belangen van haar kinderen. De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, en dat de belangen van de kinderen adequaat waren meegewogen.
De rechtbank stelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden een uitzondering op de overdracht aan Tsjechië rechtvaardigen. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Proceskosten werden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.