Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 21 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, wat bevestigd werd door de acceptatie van een overnameverzoek door Spanje op 3 maart 2025.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid omdat zijn bezwaren niet in het voornemen waren meegenomen en dat hij bij overdracht aan Spanje een reëel risico loopt op schending van zijn rechten, mede vanwege zijn lhbti-status en bedreigingen van zijn vader. Hij verwees naar rapporten over de situatie van asielzoekers in Spanje en het arrest Jawo.
De rechtbank oordeelde dat het voornemen een voorbereidingshandeling is en dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom Spanje verantwoordelijk is. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, tenzij sprake is van structurele tekortkomingen die een hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Eiser maakte dit niet aannemelijk. Zijn persoonlijke ervaringen en rapporten boden onvoldoende bewijs voor een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het verzoek niet aan zich heeft getrokken en de aanvraag niet in behandeling heeft genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.