Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 april 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
€ 36.021,61 betreft, gebruteerd met een bedrag van € 9.592,99 en de totale terugvordering op € 57.507,59 vastgesteld.