Appellante ontving sinds 2011 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college ontving een anonieme melding dat zij mogelijk inkomsten en uitkeringen in Engeland zou ontvangen en startte een onderzoek. Het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) leverde informatie over mogelijke uitkeringen van Engelse instanties, maar zonder onderliggende stukken.
Appellante ontkende inkomsten te hebben ontvangen en verscheen niet op uitnodigingen voor gesprekken. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
De Raad oordeelt dat de besluiten niet op een toereikende feitelijke grondslag berusten omdat het college geen achterliggende documenten kon overleggen en onvoldoende onderzoek deed, ondanks het aanbod van Engelse instanties tot samenwerking. De intrekking en terugvordering worden daarom vernietigd. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellante.