ECLI:NL:RBDHA:2025:572
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen als kennelijk ongegrond en geen uitstel van vertrek verleend
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun asielaanvragen af te wijzen als kennelijk ongegrond en een inreisverbod op te leggen. Eisers voerden aan dat hun zoontje onder medische behandeling staat en dat daarom uitstel van vertrek had moeten worden verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet.
De rechtbank oordeelt dat het enkele bewijs van een afspraak in het ziekenhuis onvoldoende is om aannemelijk te maken dat er sprake is van een medische behandeling die uitstel van vertrek rechtvaardigt. Bovendien blijkt uit jurisprudentie dat medische omstandigheden onder uitzonderlijke omstandigheden kunnen leiden tot een nationale beschermingsstatus, maar niet tot internationale bescherming.
De rechtbank concludeert dat de asielaanvragen terecht als kennelijk ongegrond zijn afgewezen en dat de minister terecht geen uitstel van vertrek heeft verleend. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvragen als kennelijk ongegrond wordt ongegrond verklaard en er wordt geen uitstel van vertrek verleend.