ECLI:NL:RBDHA:2025:5734
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag 2016 wegens ontbreken institutionele vooringenomenheid
Eiseres, aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht om herbeoordeling van haar toeslag over 2016. De Commissie van Wijzen en verweerder concludeerden dat voor dat jaar geen compensatie toekomt omdat geen nadeel door institutionele vooringenomenheid of hardheid is vastgesteld.
Eiseres stelde dat haar toeslag onterecht te laag was vastgesteld doordat haar vrijwilligersuren niet werden meegeteld, wat volgens haar duidt op vooringenomenheid. De rechtbank oordeelde dat de wetgever niet beoogde vrijwilligerswerk als arbeid te kwalificeren voor toeslag en dat de neerwaartse bijstelling van de toeslag correct was.
De rechtbank vond het bestreden besluit zorgvuldig gemotiveerd en concludeerde dat er geen grond is voor compensatie over 2016. Het beroep werd ongegrond verklaard, zonder vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 19 maart 2025 en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen compensatie over toeslagjaar 2016.