ECLI:NL:RVS:2018:2439
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H. Bolt
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over recht op kinderopvangtoeslag bij promovendus met studiebeurs
De zaak betreft een hoger beroep van de Belastingdienst/Toeslagen tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het recht op kinderopvangtoeslag bevestigde voor een ouder wiens partner promovendus was met een studiebeurs. De Belastingdienst stelde dat alleen partners met een dienstverband en inkomen volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 aanspraak kunnen maken op toeslag.
De rechtbank oordeelde dat het verrichten van arbeid voldoende is, ongeacht de bron van betaling, en vernietigde de eerdere besluiten van de Belastingdienst. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en benadrukt dat de huidige tekst van artikel 1.6, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet kinderopvang geen beperking bevat tot inkomen uit arbeid volgens de Wet IB 2001.
De Afdeling wijst op een verklaring van een expert die stelt dat promovendi met een beurs hetzelfde werk doen als promovendi in dienstverband, waardoor de arbeid als betaalde arbeid moet worden aangemerkt. De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.