ECLI:NL:RBDHA:2025:575
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens intrekking asielaanvraag, beroep niet-ontvankelijk verklaard
Geopposeerde diende op 11 augustus 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 28 maart 2023. De rechtbank verklaarde dit beroep op 14 oktober 2024 kennelijk gegrond vanwege overschrijding van de beslistermijn. De minister stelde verzet in tegen deze uitspraak en voerde aan dat geopposeerde zijn asielaanvraag had ingetrokken, wat blijkt uit een brief van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).
De rechtbank oordeelde dat zij deze brief niet had betrokken bij de eerdere uitspraak en dat daardoor het oordeel dat het beroep kennelijk gegrond was, niet zonder redelijke twijfel kon worden vastgesteld. Het verzet werd daarom gegrond verklaard, waardoor de uitspraak van 14 oktober 2024 verviel en het onderzoek werd hervat.
Vervolgens werd vastgesteld dat geopposeerde Nederland op 8 september 2024 had verlaten en de asielaanvraag had ingetrokken. Hierdoor bestond geen procesbelang meer en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Partijen hadden de mogelijkheid gekregen om op zitting te verschijnen, maar maakten hier geen gebruik van. De rechtbank deed daarom ook uitspraak op het beroep zonder verdere inhoudelijke behandeling.
De rechtbank besloot dat eiser geen recht heeft op proceskostenvergoeding. Tegen de uitspraak op het verzet is geen hoger beroep mogelijk, maar tegen de beslissing op het beroep kan wel hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van de asielaanvraag.