ECLI:NL:RBDHA:2025:5847
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatië
Eiser, met de Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat Kroatië niet betrouwbaar is vanwege risico's op pushbacks en materiële deprivatie, en dat bijzondere omstandigheden volgens artikel 17 van Pro de Dublinverordening toepassing behoeven. Hij verzocht de rechtbank het beroep aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Kroatië tekortschiet in de opvang of dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Eiser ondersteunde zijn stellingen onvoldoende met bewijs.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de aanvraag niet in behandeling nam en verklaarde het beroep kennelijk ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.