ECLI:NL:RBDHA:2025:5901
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De rechtbank Den Haag heeft op 8 april 2025 het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beoordeeld. Deze maatregel was opgelegd op 28 januari 2025 en eerder getoetst in een uitspraak van 25 februari 2025, waarbij de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden.
De rechtbank richtte zich op de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het onderzoek op 18 februari 2025. De gronden voor de bewaring waren reeds beoordeeld en konden in dit vervolgberoep niet opnieuw ter toetsing worden voorgelegd. Ook het betoog dat een lichter middel had moeten worden toegepast, werd verworpen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
Eiser stelde dat de minister niet voortvarend handelde en dat er geen zicht was op uitzetting binnen afzienbare tijd. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld, onder meer door herhaaldelijk contact met de Algerijnse autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken met eiser. Er was geen bewijs dat uitzetting niet binnen een redelijke termijn mogelijk was.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig bleef en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.