ECLI:NL:RBDHA:2025:2907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie heeft op 28 januari 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, dat tevens als verzoek om schadevergoeding diende.
De rechtbank heeft het beroep op 18 februari 2025 behandeld via een beeldverbinding. Eiser verscheen met zijn gemachtigde, de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Eiser voerde geen specifieke beroepsgronden aan en verwees naar het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank concludeerde dat op basis van de verstrekte gegevens geen reden was om ambtshalve te oordelen dat de maatregel niet rechtmatig was. Er waren voldoende gronden om de maatregel van bewaring te dragen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.