Eiser, een Somalische man geboren in 1995, vroeg asiel aan vanwege bedreigingen en mishandeling door zijn schoonfamilie na het huwelijk met een vrouw van een andere stam, en vanwege mogelijke repercussies door een dodelijk ongeval waarbij zijn broer betrokken was. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de door eiser gestelde problemen.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de problemen met de schoonfamilie en de betrokkenheid bij het ongeval in twijfel trok, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen van eiser over samenwonen en onlogische aspecten in zijn verhaal. Ook was het onwaarschijnlijk dat eiser daadwerkelijk een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Somaliland.
Hoewel het bestreden besluit door een niet-bevoegd bestuursorgaan was ondertekend, was eiser niet in zijn belangen geschaad en kon dit gebrek worden gepasseerd. De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten van eiser.
De asielaanvraag werd derhalve als ongegrond afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.