ECLI:NL:RBDHA:2025:5958
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
De minister van Asiel en Migratie heeft op 17 februari 2025 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak gedaan zonder zitting.
Bij een gelijktijdige uitspraak in zaaknummer NL25.7561 is het beroep kennelijk ongegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep kennelijk ongegrond is verklaard en Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.