ECLI:NL:RBDHA:2025:5992
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag wijst beroep toe op kostenvergoeding taxatierapport WOZ-zaken
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de hoogte van de kostenvergoeding voor een taxatierapport in het kader van een WOZ-beschikking centraal. Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn woning en een taxatierapport overgelegd ter onderbouwing. De heffingsambtenaar kende een kostenvergoeding van €52 toe, terwijl belanghebbende een vergoeding van €128,26 vorderde.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat belanghebbende een procesbelang had bij het aanvechten van de kostenvergoeding. De rechtbank nam de urenspecificatie en de werkzaamheden van de taxateur in aanmerking en achtte het redelijk dat twee uur was besteed aan het opstellen van het rapport. De rechtbank verwierp het standpunt van de heffingsambtenaar dat het rapport geautomatiseerd was en onvoldoende tijd zou hebben gekost.
Op grond van de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht, stelde de rechtbank vast dat belanghebbende recht had op een vergoeding van €128,26 voor het taxatierapport. Daarnaast werden proceskosten van €27,21 toegekend en het betaalde griffierecht van €51 vergoed.
De uitspraak vernietigde het deel van de uitspraak op bezwaar dat de kostenvergoeding betrof en verving dit door de nieuwe beslissing. De rechtbank benadrukte dat de heffingsambtenaar de vergoedingen alleen op een bankrekening op naam van belanghebbende mag uitbetalen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de kostenvergoeding voor het taxatierapport wordt vastgesteld op €128,26.