ECLI:NL:RBDHA:2025:5993
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag wijst beroep toe op kostenvergoeding taxatierapport WOZ-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de hoogte van de kostenvergoeding voor een taxatierapport in een WOZ-zaak centraal. Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en daarbij een taxatierapport ingebracht. De heffingsambtenaar kende een kostenvergoeding toe van €52, terwijl belanghebbende een vergoeding van €128,26 vorderde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat belanghebbende een procesbelang heeft bij de hoogte van de kostenvergoeding. De rechtbank stelt vast dat het taxatierapport voldoet aan de eisen van een deskundigenrapport en dat de kosten redelijkerwijs zijn gemaakt. De urenspecificatie van de taxateur onderbouwt de bestede tijd van twee uur.
Op grond van de Richtlijn van de belastingkamers en de toepasselijke wettelijke bepalingen acht de rechtbank een vergoeding van €128,26 redelijk. De rechtbank vernietigt het gedeelte van de uitspraak op bezwaar dat de kostenvergoeding betrof en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt. Tevens veroordeelt zij de heffingsambtenaar in de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter N.E.M. de Coninck op 1 april 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de kostenvergoeding voor het taxatierapport wordt verhoogd naar €128,26.