Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] , eiser
[eiser 2],
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse christen die militaire dienst heeft vervuld, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van zijn identiteit en asielmotieven. De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat eiser onvoldoende originele documenten overlegde om zijn identiteit aannemelijk te maken.
Daarnaast werden twee aanvullende asielmotieven, namelijk de vrees voor hernieuwde militaire dienst als reservist en armoede, door de rechtbank niet als zelfstandige gronden erkend. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen inhoudelijke beoordeling gaf aan deze motieven omdat ze niet binnen de vluchtelingenstatus vallen.
Ook de stelling dat eiser zijn christelijk geloof niet openlijk kan belijden in Algerije werd verworpen, omdat er geen aanwijzingen zijn dat hij eerder problemen ondervond en het niet aannemelijk is dat hij bij terugkeer als bekeerling zal worden gezien. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen recht heeft op een verblijfsvergunning of uitstel van vertrek.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bevestigd.