ECLI:NL:RBDHA:2025:5995
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag wijst beroep toe op kostenvergoeding taxatierapport WOZ-waarde
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en diende een taxatierapport in als deskundigenbewijs. De heffingsambtenaar kende een lagere kostenvergoeding toe dan gevorderd. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk is omdat belanghebbende een procesbelang heeft bij de hoogte van de kostenvergoeding.
De rechtbank stelde vast dat het taxatierapport voldoet aan de criteria van een deskundigenrapport en dat de kosten redelijkerwijs zijn gemaakt. De taxateur had een urenspecificatie overgelegd die aannemelijk maakte dat twee uur aan het rapport was besteed, conform de Richtlijn van de belastingkamers. De rechtbank vond de door belanghebbende gevorderde vergoeding van €128,26 redelijk en vernietigde het lagere bedrag toegekend door de heffingsambtenaar.
Daarnaast werden de proceskosten voor het beroep vastgesteld op €27,21, rekening houdend met samenhangende zaken en wegingsfactoren. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot betaling van zowel de kosten van het taxatierapport als de proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
De uitspraak is gedaan door rechter N.E.M. de Coninck op 1 april 2025 en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van €128,26 voor het taxatierapport en €27,21 aan proceskosten.