ECLI:NL:RBDHA:2025:6002

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 april 2025
Publicatiedatum
10 april 2025
Zaaknummer
NL25.12361
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvangvoorzieningen asielzoekers

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 9 april 2025 een voorlopige voorziening getroffen in een bestuursrechtelijke zaak tussen een verzoeker en de minister van Asiel en Migratie. De minister had op 27 februari 2025 een besluit genomen om een aanvraag niet in behandeling te nemen, waartegen de verzoeker bezwaar maakte.

Vanwege het spoedeisende karakter van de zaak, waarbij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) had aangegeven de opvangvoorzieningen op 10 april 2025 te zullen beëindigen, kon de voorzieningenrechter niet binnen de korte termijn een zorgvuldige uitspraak doen. Daarom is bij wijze van ordemaatregel de schorsing van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit bevolen.

Dit betekent dat de opvangvoorzieningen niet mogen worden beëindigd totdat de voorzieningenrechter definitief uitspraak heeft gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening. De uitspraak is telefonisch gedaan op 9 april 2025 en schriftelijk bevestigd op 10 april 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 27 februari 2025 worden geschorst tot definitieve uitspraak, waardoor de opvangvoorzieningen niet mogen worden beëindigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats GroningenBestuursrecht

zaaknummer: NL25.12361
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. A. Jankie),
en

de minister van Asiel en Migratie,

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1.
De minister heeft de aanvraag met het besluit van 27 februari 2025 niet in behandeling genomen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
In verband met het spoedeisende karakter van dit verzoek om een voorlopige voorziening, heeft een openbare behandeling van het verzoek niet plaatsgevonden.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft op 14 maart 2025 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Op 27 maart 2025 is bezwaar gemaakt tegen het besluit van 27 februari 2025 en op 30 maart 2025 is een aanvullend verzoekschrift ingediend. Op 9 april 2025 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht met spoed uitspraak te doen, omdat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft aangegeven dat de opvangvoorzieningen op 10 april 2025 zullen worden beëindigd. Omdat de voorzieningenrechter niet op zo een korte termijn zorgvuldig een uitspraak kan doen op het verzoek om een voorlopige voorziening, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Binnen een week zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

3. De voorzieningenrechter treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit van 27 februari 2025 worden geschorst tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening. Dat betekent dat de opvangvoorzieningen tot die tijd niet mogen worden beëindigd.
4. Deze uitspraak is telefonisch op 9 april 2025 uitgesproken en op 10 april 2025 op schrift gesteld.
5. Tegen deze mondelinge uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Beslissing

De voorzieningenrechter treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit van 27 februari 2025 worden geschorst tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.