Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
Ad 2 en 3’ relevant of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het vertrek MOB.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, diende op 20 januari 2024 een asielaanvraag in. De minister stelde deze aanvraag op 21 januari 2025 buiten behandeling omdat eiser zonder opgaaf van reden met onbekende bestemming (MOB) was vertrokken op 11 september 2024 en niet binnen een gestelde termijn van twee weken contact had opgenomen met de bevoegde autoriteiten.
Eiser voerde aan dat de MOB-melding niet betekent dat hij geen bescherming meer wenst en dat hij zich later bij het COA had gemeld maar werd weggestuurd. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de aanvraag buiten behandeling stelde omdat eiser geen geldige reden voor zijn vertrek had opgegeven en niet binnen de termijn contact had gezocht, terwijl de stelling dat hij zich later had gemeld niet was onderbouwd.
Verder stelde eiser dat het terugkeerbesluit onrechtmatig was omdat er geen inhoudelijke beoordeling was gemaakt van het risico op refoulement. De rechtbank stelde dat zonder medewerking of concrete omstandigheden van eiser geen geactualiseerde beoordeling kon worden verwacht en zag geen aanwijzingen voor schending van het non-refoulementbeginsel.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat het opleggen van het inreisverbod niet onterecht was, omdat eiser geen persoonlijke omstandigheden had aangevoerd die dit konden verhinderen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft buiten behandeling met oplegging van terugkeerbesluit en inreisverbod.