ECLI:NL:RBDHA:2025:6044
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland heeft op 29 november 2024 een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat op 13 december 2024 is aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij in Frankrijk uit de opvang is gezet en dat er signalen zijn dat Dublinclaimanten daar geen onderdak krijgen. Hij stelde dat hij een reëel risico loopt op een onmenselijke of vernederende behandeling en dat het beschermingsbeleid in Frankrijk onvoldoende is, waardoor indirect refoulement dreigt. Ook stelde hij dat de minister onvoldoende heeft onderzocht wat een overdracht aan Frankrijk voor hem betekent.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat Frankrijk zijn verplichtingen niet nakomt. Het aangevoerde AIDA-rapport en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak ondersteunen dit niet. Ook de individuele omstandigheden van eiser, zoals bedreiging door een criminele bende, zijn onvoldoende onderbouwd om de minister te verplichten de aanvraag toch in behandeling te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en handhaafde het besluit van de minister. Eiser mag worden overgedragen aan Frankrijk en krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.